colums van rex en Bram

Beste mensen, het bos is geen vuilnisbak

2 juni 2026

door Rex en Bram

 

Hallo mensen,

Wij zijn Rex en Bram. Twee bordercollies die graag door de bossen wandelen. Voor ons is het bos geen recreatiegebied dat je na een middagje weer achterlaat. Het is een thuis voor vogels, eekhoorns, insecten, reeën en ontelbaar veel andere dieren.

Toch zien wij tijdens onze wandelingen dingen die ons verdrietig maken.

Tussen de bomen liggen plastic flesjes, blikjes, snoeppapiertjes en soms zelfs complete zakken afval. Op het eerste gezicht lijkt het misschien maar een klein stukje rommel, maar voor dieren kan het grote gevolgen hebben.

 

 Een vogel kan verstrikt raken in afval, een dier kan plastic inslikken of planten kunnen beschadigd raken.

Ook zien we steeds vaker dat mensen van de paden afwijken, jonge planten vertrappen of takken afbreken. Natuurlijk begrijpen wij dat iedereen van de natuur wil genieten. Dat doen wij ook. Maar genieten van de natuur betekent ook dat je haar respecteert.

Bossen hebben het al zwaar genoeg. Klimaatverandering, droogte en verlies van leefgebied zorgen ervoor dat veel planten en dieren onder druk staan. Juist daarom is het belangrijk dat wij allemaal ons steentje bijdragen.

Neem je afval mee naar huis. Laat bloemen staan voor de bijen. Respecteer de rust van dieren. Blijf op de wandelpaden waar dat nodig is. Kleine gebaren maken samen een groot verschil.

Wij honden weten misschien niet veel van politiek of beleid, maar we weten wel hoe fijn het is om door een schoon, gezond bos te lopen. Een plek waar vogels zingen, waar eekhoorns veilig over boomstammen rennen en waar toekomstige generaties ook nog van kunnen genieten.

Dus namens alle dieren die geen stem hebben: zorg goed voor het bos.

Want de natuur is niet van ons alleen.

Ze is van ons allemaal.

Rex en Bram

- Kelly Black

Vrijheid ruikt naar meer dan gras

5 mei 2026 

Wij zijn Rex en Bram. Wij weten niet precies wat 5 mei betekent, maar we weten wel wanneer onze bazinnetje anders loopt.

Ze loopt langzamer vandaag. Ze kijkt meer om zich heen. Soms blijft ze even stilstaan, alsof ze luistert naar iets wat wij niet kunnen horen. Wij ruiken alleen de gewone dingen: nat gras, andere honden, een vergeten boterham in de struiken. Maar vandaag zit er iets extra’s in de lucht. Iets dat geen geur heeft.

Vrijheid, zegt ze.

Voor ons is vrijheid simpel. Een lange lijn. Of nog beter: geen lijn. Rennen waar je wilt, snuffelen zonder haast, zelf kiezen welk pad je neemt. Maar zelfs wij weten dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Soms worden we teruggeroepen. Soms mogen we niet los. Niet omdat we iets fout doen, maar omdat er gevaar is dat wij niet zien.

Misschien is dat wat mensen ook bedoelen.

Onderweg komen we langs vlaggen. We horen muziek in de verte. Mensen lachen, maar niet zoals anders—het is zachter, bewuster. Alsof ze weten dat het ook anders had kunnen zijn.

Wij snappen dat niet helemaal. Maar we merken het wel.

We zien hoe onze bazinnetje even knielt en ons aankijkt. Haar hand rust op onze kop. “Vrijheid is kwetsbaar,” zegt ze zacht.

Kwetsbaar. Dat woord kennen wij niet. Maar we kennen wel het gevoel dat iets belangrijk is. Zoals elkaar niet kwijtraken in het bos. Zoals terugkomen als je geroepen wordt.

Misschien is vrijheid voor mensen een beetje zoals dat.

Niet alleen kunnen doen wat je wilt, maar ook weten waar je thuishoort. En wie je terugroept als je te ver afdwaalt.

Wij rennen weer verder. Even los. Even vrij.

Maar deze keer blijven we dichterbij.

- Auteur: Kelly Black

Is Nederland nog een mooi land

5 mei 2026

(uit het perspectief van Rex en Bram)

Wij zijn Rex en Bram. Twee honden. En misschien kijken wij wel anders naar Nederland dan mensen dat doen.

Want waar mensen praten over cijfers en discussies, ruiken wij gevoelens. We zien het in hoe iemand loopt. In hoe stil het soms is.

We zien mensen wachten. Mensen die moe zijn. Mensen die hun best doen... maar soms niet meer weten hoe.

We zien ons baasje in de zorg. Hoe hard ze werkt. Hoe graag ze wil helpen. En hoe weinig tijd er soms overblijft om écht even stil te staan bij iemand.

We zien jongeren die zoeken naar een plek. Mensen die zich zorgen maken. En we voelen dat de wereld soms best zwaar is geworden.

En eerlijk is eerlijk - dan voelt Nederland voor ons soms ook niet zo mooi. 

Niet omdat het land anders ruikt. Of omdat de bomen minder mooi zijn.

Maar omdat mensen... een beetje  verder van elkaar af lijken te staan. 

Alsof iedereen haast heeft. Alsof iedereen iets draagt wat te zwaar is.

Maar...

Wij zien ook iets anders.

Wij zien handen die toch worden uitgestoken. Wij zien mensen die blijven zorgen. Wij zien kleine momenten - een aai over onze kop, een glimlach, iemand die toch even blijft staan.

 

 

 

 

 

Dan weten wij één ding zeker: 

Daar zit het.

Misschien is Nederland niet minder mooi geworden. Misschien zijn mensen elkaar gewoon een beetje kwijtgeraakt.

Een mooi land zit niet in regels. Niet in geld. Niet in hoe druk het is.

Een mooi land zit in samen wandelen. In omkijken naar elkaar. In even blijven staan - ook als je eigenlijk door moet.

Dus is Nederland nog een mooi land?

Wij denken van wel.

Maar alleen... als mensen weer een beetje omkijken naar elkaar.

Zoals wij honden dat doen. Gewoon dichtbij. Gewoon samen.

 

- auteur: Kelly Black

wie luistert er nog naar het bos

13 april 2026

 

Wie luistert er nog naar het bos?

Vanmorgen liep ik met Rex en Bram door het bos.

Rex voorop, rustig zoals altijd. Alsof hij de weg al honderd keer heeft gelopen.
Bram erachteraan, kleine pootjes die overal tegelijk lijken te willen zijn. Alles is nieuw voor hem. Alles is interessant.

En ergens… zit daar misschien wel het verschil tussen hen — en tussen ons mensen.

Want waar Bram nog kijkt, ruikt, stilstaat…
lopen wij vaak gewoon door.

Met onze gedachten ergens anders.
Met onze telefoon in de hand.
Met haast in ons hoofd.

"

Ik bleef even staan.

De wind ging zacht door de bomen.
Een vogel liet zich horen, ergens hoog boven ons.
En Rex… die keek achterom. Alsof hij wilde zeggen: “Hoor je het nog?”

De natuur praat niet hard.
Ze schreeuwt niet om aandacht.
Ze fluistert.

Maar als niemand meer luistert… wat blijft er dan over?

We bouwen, we kappen, we haasten.
Alsof er altijd morgen nog genoeg bos zal zijn.
Alsof stilte vanzelfsprekend is.

Maar dat is het niet.

Bram sprong ineens op, achter een dwarrelend blaadje aan.
Zo klein. Zo simpel.
En toch… precies dat moment waarin alles even klopt.

Misschien is dat wel wat de natuur ons probeert te leren.

Niet groter.
Niet sneller.
Maar zachter.

Rex ging zitten. Rustig. Aandachtig.
En ik ging naast hem zitten.

Even niks.

Geen moeten. Geen rennen.
Alleen zijn.

Misschien…
als we weer een beetje leren kijken zoals Bram,
en leren wachten zoals Rex…

dan horen we het weer.

Het bos dat fluistert.

En misschien… fluistert het nog wel iets terug ook.

- Auteur: Kelly Black

Als zorg minder wordt...  wat zien honden dan

Zorg is geen kostenpost    9 april 2026

 

Vanmorgen liep ik met Rex en Bram door het bos.
Twee zwart-witte border collies.
Eén volwassen. Eén nog een pup.

Zij zien alles.

Waar wij langs lopen, blijven zij stilstaan.

Bij een man op een bankje. Alleen.
Bij een vrouw aan de telefoon: “Mijn uren zijn weer gekort…”

Rex kijkt.
Lang. Stil.

En ik denk aan de politiek.

Aan cijfers.
Aan bezuinigingen.
Aan besluiten die gemaakt worden op afstand—achter bureaus, ver weg van deze momenten.

In de zorg noemen ze het “efficiënter werken”.
Maar wat ze bedoelen is: minder tijd, minder aandacht, minder mens.

 

Zorg wordt geen roeping meer, maar een rekensom.

En precies dát is het probleem.

Want zorg zit niet in systemen.
Niet in beleid.
Niet in spreadsheets.

Zorg zit in blijven staan.
In zien wat er écht speelt.
In die ene minuut die “te duur” is geworden.

Rex gaat naast de man zitten.
Geen plan. Geen budget. Geen beleid.

Gewoon… aandacht.

En ineens is daar een glimlach.

Misschien moeten we daar weer beginnen.

Niet bij wat zorg kost.
Maar bij wat het oplevert.

Want een samenleving die op zorg bezuinigt…
bezuinigt uiteindelijk op zichzelf.

— auteur Kelly Black

Tussen angst en instinct: wandelen met wolven in Nederland
05-04-2026

Het begint niet met een wolf.
Het begint met stilte.

Een ochtendwandeling, ergens tussen Wapenveld en de rand van de Veluwe. Het bazinnetje loopt zoals altijd met Rex en Bram. Twee zwart-witte border collies, waarvan er één nog denkt dat de wereld vooral bestaat uit spelen en rennen.

Tot Rex stopt.

Niet zomaar stopt — maar stilvalt. Zijn lijf strak, zijn neus hoog in de lucht.
Bram merkt het meteen. De speelsheid verdwijnt. Instinct neemt het over.

En ineens voel je het ook zelf.

Niet omdat je iets ziet. Maar omdat alles even… anders is.

De wolf is terug in Nederland.
En met die terugkeer is er iets verschoven. Niet alleen in het landschap, maar ook in ons hoofd.

We willen natuur.
Maar dan wel zonder tanden.

We willen stilte.
Maar niet de spanning die daarbij hoort.

De wolf past niet in ons comfortabele plaatje van Nederland als aangeharkt land. Hij herinnert ons eraan dat dit ooit geen park was, maar een levend ecosysteem waar wij niet boven stonden, maar onderdeel van waren.

Het bazinnetje weet dat ook.
Ze leest de discussies, hoort de angst van boeren, ziet de beelden op het nieuws. En ja — die angst is echt. Want een wolf is geen sprookje.

Maar wat haar misschien nog meer raakt, is hoe snel we vergeten zijn wat natuur eigenlijk betekent.

 

 

Rex ontspant langzaam weer.
Bram durft voorzichtig een stap vooruit te zetten.

Er is niets gebeurd.
En toch… alles.

Misschien is dat precies het punt.

De wolf dwingt ons om opnieuw te kijken. Naar het bos. Naar onze plek daarin. Naar de vraag of we natuur willen — of alleen een versie die ons goed uitkomt.

Terwijl ze verder lopen, legt het bazinnetje even haar hand op Rex zijn kop.

“Kom maar,” zegt ze zacht.

En ergens, diep in het bos, kijkt misschien iets terug.

Niet als vijand.
Maar als herinnering.

De ree die even bleef staan

31-03-2026

Sommige ontmoetingen in de natuur duren maar een paar seconden, maar blijven dagenlang in je gedachten hangen. Het gebeurde tijdens een vroege wandeling met Rex en Bram, op een pad dat ik al honderden keren heb gelopen. De lucht was nog koel, het bos hing vol met zachte ochtendlicht dat alles een beetje onwerkelijk maakt. De honden liepen voor me uit, rustig, alsof ze voelden dat de dag nog moest beginnen.

Halverwege het pad bleef Rex plotseling staan. Niet abrupt, maar met die beheerste bijna plechtige beweging die hij alleen maakt als er iets belangrijks is. Bram, die normaal gesproken overal tegelijk wil zijn, remde in één vloeiende sprong af en ging naast hem zitten. Dat doen ze alleen wanneer er wild in de buurt is. Ik volgde hun blik en zag haar toen: een ree, midden op het pad, nauwelijks twintig  meter verder op.

Ze stond stil, alsof ze uit het landschap was gesneden. Haar oren gericht, haar adem zichtbaar in kleine wolkjes. Het was geen vluchtmoment, geen schrikreactie. Het was een ontmoeting. Een korte, kwetsbare uitwisseling tussen twee werelden die elkaar meestal alleen in sporen en geluiden raken.

 

Wat me trof, was de houding van Rex en Bram. Geen spanning, geen drang om te rennen. Alleen aandacht. Respect, bijna. Alsof ze wisten dat dit geen moment was om te verstoren, maar om te bewaren. De ree keek naar ons zoals alleen wilde dieren dat kunnen: zonder oordeel, maar met een scherpte die je voelt tot in je borstkas. Alsof ze je weegt. Alsof ze beslist of je hier thuishoort.

In die paar seconden werd het bos stiller dan stil. Geen wind, geen vogels, alleen de adem van drie dieren en een mens die probeerde niet te bewegen. En toen, heel langzaam, draaide de ree haar kop. Ze stapte van het pad af, verdween tussen de stammen en loste op in het groen alsof ze er nooit was geweest.

Het moment was voorbij, maar de stilte bleef nog even hangen. Rex schudde zijn vacht uit, Bram keek me aan met een blik die zei dat hij het ook had gevoeld, al kon hij het niet benoemen. We liepen verder, maar anders. Zachter. Alsof we door een kamer liepen waar iemand net had geslapen.

 

 

 

 

 

 

Later die dag dacht ik aan die ree, en aan hoe zeldzaam zulke ontmoetingen zijn geworden. Niet omdat er geen reeën meer zijn, maar omdat wij steeds minder stil staan. We bewegen snel, praten hard, vullen onze dagen tot de randen. De natuur krijgt steeds minder ruimte om zich te laten zien. En als ze het dan toch doet, moeten we het opmerken.

Misschien is dat wel de grootste les die Rex en Bram me leren. Dat je niet alleen moet kijken, maar ook moet wachten. Dat je niet alleen moet wandelen, maar ook moet luisteren. Dat de mooiste momenten niet ontstaan door te zoeken, maar door aanwezig te zijn. 

De ree was maar een paar seconden zichtbaar. Maar soms is een paar seconden genoeg om je eraan te herinneren dat de wereld groter is dan je agenda, je route of je haast. En dat er, midden in een druk land, nog steeds plekken zijn waar een ree even blijft staan om jou te bekijken.

 

- Kelly Black

Wandelen met honden in een landschap dat verandert

31-03-2026

Wie met honden wandelt, leert een landschap anders lezen. Rex en Bram doen dat elke dag opnieuw. Waar ik vooral het pad zie, zien zij een wereld van geuren, sporen en verhalen die ik zonder hen nooit zou opmerken. En juist daardoor valst me steeds vaker op hoe snel dat landschap verandert.

In de bossen rond Wapenveld, waar ik al jaren loop, zijn de paden breder geworden. Niet omdat de natuur dat vraagt, maar omdat wij dat doen. Wandelaars, hardlopers, fietsers, hondenbezitters: we zoeken massaal de natuur op. Dat is begrijpelijk, maar het heeft een prijs. De stilte die vroeger vanzelfsprekend was, moet je nu zoeken. En de dieren die hier leven, moeten zich aanpassen aan een tempo dat niet het hunne is. 

Tijdens een ochtend wandeling zie ik hoe Rex plotseling stilvalt. Zijn neus trilt, zijn lichaam spant zich aan. Een paar meter verder ligt een vers hertenspoor ,nog warm in de aarde gedrukt. Bram, altijd een fractie te enthousiast, wil er meteen achteraan, maar Rex blokkeert hem met een rustige, bijna vaderlijke beweging. Het is een klein monument, maar het zegt veel. De honden voelen precies waar de grens ligt tussen nieuwsgierigheid en verstoring. Ze weten wanneer ze moeten kijken en wanneer ze moeten laten.

 

Niet alle mensen hebben dat instinct. Ik zie loslopende honden die achter wild aangaan, kinderen die takken in  holen steken, wandelaars die van het pad afgaan omdat het uitzicht daar mooier is. Het zijn geen kwade bedoelingen maar het zijn wel handelingen die optellen. En in een landschap dat al onder druk staat, maakt elke kleine verstoring verschil.

De Veluwe is een van de drukst bezochte natuurgebieden van Nederland. Tegelijkertijd is het een van de meest kwetsbare. De balans tussen recreatie en rust is dunner dan we denken. Boswachters waarschuwen al jaren dat wild zich terugtrekt naar steeds kleinere, stillere zones. Dat broedvogels moeiten hebben om geschikte plekken te vinden. Dat de natuur zich wel herstelt, maar alleen als wij haar de ruimte geven.

Tijdens mijn wandelingen merk ik hoe Rex en Bram me dwingen om langzamer te gaan. Niet omdat ze traag zijn, maar omdat ze aandachtig zijn. Ze ruiken waar een vos vannacht liep, waar een ree overstak, waar een specht heeft gezocht naar insecten. Ze laten me zien dat natuur geen decor is, maar een levend systeem waarin alles met elkaar verbonden is. En dat wij daar maar een klein onderdeel van zijn. 

 

 

Soms kom ik andere wandelaars tegen die hetzelfde ervaren. Mensen die fluisteren in plaats van praten, die hun hond bij zich houden wanneer ze wild zien, die even stil blijven staan om een buizerd te volgen die laag over de heide glijdt. Het zijn kleine gebaren, maar ze maken het verschil tussen natuur gebruiken en natuur respecteren.

Aan het einde van de wandeling, wanneer Rex en Bram moe maar tevreden naast me lopen, denk ik vaak aan die dunne lijn. Hoe gemakkelijk we eroverheen stappen, en hoe eenvoudig het eigenlijk is om dat niet te doen. Misschien begint natuurbehoud niet bij de grote plannen of beleidsstukken, maar bij de manier waarop we ons gedragen tijdens een simpele ochtendwandeling. Bij de keuze om te kijken, te luisteren en soms stil te staan. 

 

- Kelly Black

 

De stille samenwerking tussen mens, hond en vogel

31-03-2026

In veel Nederlandse tuinen speelt zich elke ochtend een klein natuurdrama af dat we nauwelijks opmerken. Terwijl het land zich zorgen maakt over afnemende biodiversiteit en de druk op natuurgebieden, ontstaat er in achtertuinen een onverwachte ontmoetingsplek tussen mens en dier. In mijn eigen tuin zie ik dat dagelijkste gebeuren, dankzij twee border collies - Rex en Bram - en een groeiende gemeenschap vogels die onze voederplank inmiddels als vaste uitvalsbasis beschouwt.

De roodborst, merel en koolmees zijn er vroeg bij. Ze landen met een vanzelfsprekendheid die bijna brutaal is, als of ze weten dat dit stukje grond veilig is. De aanwezigheid van de honden lijkt hen niet te deren. Sterker nog: er ontstaat een soort werkbare verstandhouding. Rex, de oudste, observeert met de rust van een boswachter die zijn terrein kent. Bram, jong en nieuwsgierig, volgt elke vleugelslag alsof hij getuige is van een natuurdocumentaire die zich live voor zijn neus afspeelt.

 

 

 

Wat opvalt, is hoe snel dieren zich aanpassen aan menselijke ritmes wanneer er vertrouwen ontstaat. De vogels weten precies wanneer de plank wordt gevuld. De honden weten wanneer de vogels komen. En ik merk hoe ik zelf onderdeel word van dat patroon. Het is een klein ecosysteem, maar het laat zien hoe natuur zich hecht aan plekken waar ruimte en rust wordt geboden.

Dit lijkt een detail, maar het raakt een bredere ontwikkeling. In Nederland verdwijnen heggen, struiken en rommelhoekjes die vogels nodig hebben om te schuilen en te foerageren.  Tegelijkertijd groeit de belangstelling voor natuur inclusief leven: tuinen met inheemse planten, minde tegels, meer variatie. De tuin wordt daarmee een van de laatste toegankelijke plekken waar mens en dier elkaar nog vanzelfsprekend ontmoeten.

De interactie tussen Rex, Bram en de vogels laat zich zien hoe eenvoudig die verbinding kan zijn. Wanneer we naar buiten gaan, beweegt Rex bedachtzaam, alsof hij begrijpt dat hij te gast is. Bram vergeet soms, maar zelfs zijn speelse sprongen worden door de vogels niet meer als bedreiging gezien. 

 

 

Ze vliegen op, maken een korte boog en keren terug. Het is een vorm van vertrouwen die je niet kunt afdwingen; je moet het verdienen.

In die ochtenden zie ik iets wat verder gaat dan een paar honden en wat vogels. Ik zie hoe dieren zich aanpassen aan ons, maar ook hoe wij -  als we de tijd nemen - ons aanpassen aan hen. Het is een wederkerigheid in het grotere debat over natuurbehoud vaak ontbreekt. We praten wat over cijfers, hectares en beleid, maar vergeten dat natuur ook begint bij de manier waarop we onze eigen leefomgeving vormen. 

Aan het einde van de ochtend, wanneer de vogels verzadigd zijn en de honden hun eerste dutje doen, blijft er een stilte achter die bijna voelbaar is. Een herinnering dat natuur niet alleen iets is dat we moeten beschermen, maar ook iets dat we kunnen uitnodigen. Soms begint dat gewoon met een voederplank, twee honden en de bereidheid om even stil te staan.

 

- Kelly Black

Rex, Bram en de vogels in de tuin

31-03-2026

 

In de vroege ochtend, wanneer de wereld nog een beetje slaperig is, begint in onze tuin al een klein orkest. Het zijn de roodborstjes, meesjes en merels die als eerste hun plek innemen. Ze landen op de rand van de voederplank alsof ze een reservering hebben, en kijken dan verwachtingsvol naar binnen, waar Rex en Bram al klaarstaan als twee zelfbenoemde boswachters.

Rex, de oudste, neemt zijn taak uiterst serieus. Hij zit rechtop, oren gespitst, alsof hij elk moment een belangrijke beslissing moet nemen over het vogelverkeer. Bram daarentegen - nog jong, nog vol verwondering - drukt zijn neus tegen het raam en volgt elke vleugelslag alsof het magie is. Soms tikt hij zachtjes met zijn poot tegen het glas, niet om te jagen, maar om te vragen: Zie je dat ook?

 De vogels lijken inmiddels aan hun publiek gewend. De roodborst, die ik stiekem, de directeur van de tuin noem. landt altijd als eerste. Hij kijkt even streng naar binnen, alsof hij wil zeggen dat de zaadjes vandaag wel erg rommelig liggen. Daarna hipt hij rond, trekt zijn borst vooruit en begint te eten. De meesjes komen in groepjes, nerveus en vrolijk tegelijk, en de merel wandelt er tussendoor alsof hij de eigenaar is van het hele perceel.

Wat mij raakt, is hoe Rex en Bram zich aanpassen aan dit ritme. Zodra de eerste vogel neerstrijkt, verstilt de kamer. Rex legt zijn kop iets scheef, Bram houdt zijn adem in. Het is alsof ze begrijpen dat dit moment niet verstoord mag worden. Alsof ze voelen dat er iets kostbaars gebeurt: een klein stukje natuur dat zich zomaar, zonder voorwaarden, aan ons laat zien.

Soms, wanneer de zon net doorbreekt, gaan we naar buiten. Rex loopt plechtig, alsof hij de vogels niet wil laten schrikken. Bram daarentegen vergeet zijn goede voornemens zodra hij een veertje ziet dwarrelen. Dan springt hij erachteraan, niet om te vangen, maar omdat hij denkt dat het een spel is. De vogels vliegen op, maken een boog boven onze hoofden, en landen even later weer alsof ze hem vergeven hebben.

Ik merk dat deze ochtenden me zachter maken. Terwijl ik naar Rex en Bram kijk, zie ik hoe eenvoudig geluk kan zijn. Een tuin, een paar vogels, twee honden die niets anders willen dan erbij horen. Het is een kleine wereld, maar een wereld die klopt.

 

Misschien is dat wel waarom ik ervoer schrijf. In een tijd waarin alles sneller, harder en luider lijkt te gaan, herinneren deze dieren me eraan dat er ook een andere manier is. Een manier waarin je even stil mag staan, mag kijken, mag ademen. Waarin je mag genieten van iets dat niet groot hoeft te zijn om betekenis te hebben.

Aan het einde van de ochtend, wanneer de vogels hun buikjes vol hebben en de honden hun eerste dutje doen, blijft er altijd een soort rust achter. Alsof de tuin zelf even uitademt. En ik adem mee. 

 

- Kelly Black