colums van rex en Bram
De ree die even bleef staan
31-03-2026
Sommige ontmoetingen in de natuur duren maar een paar seconden, maar blijven dagenlang in je gedachten hangen. Het gebeurde tijdens een vroege wandeling met Rex en Bram, op een pad dat ik al honderden keren heb gelopen. De lucht was nog koel, het bos hing vol met zachte ochtendlicht dat alles een beetje onwerkelijk maakt. De honden liepen voor me uit, rustig, alsof ze voelden dat de dag nog moest beginnen.
Halverwege het pad bleef Rex plotseling staan. Niet abrupt, maar met die beheerste bijna plechtige beweging die hij alleen maakt als er iets belangrijks is. Bram, die normaal gesproken overal tegelijk wil zijn, remde in één vloeiende sprong af en ging naast hem zitten. Dat doen ze alleen wanneer er wild in de buurt is. Ik volgde hun blik en zag haar toen: een ree, midden op het pad, nauwelijks twintig meter verder op.
Ze stond stil, alsof ze uit het landschap was gesneden. Haar oren gericht, haar adem zichtbaar in kleine wolkjes. Het was geen vluchtmoment, geen schrikreactie. Het was een ontmoeting. Een korte, kwetsbare uitwisseling tussen twee werelden die elkaar meestal alleen in sporen en geluiden raken.
Wat me trof, was de houding van Rex en Bram. Geen spanning, geen drang om te rennen. Alleen aandacht. Respect, bijna. Alsof ze wisten dat dit geen moment was om te verstoren, maar om te bewaren. De ree keek naar ons zoals alleen wilde dieren dat kunnen: zonder oordeel, maar met een scherpte die je voelt tot in je borstkas. Alsof ze je weegt. Alsof ze beslist of je hier thuishoort.
In die paar seconden werd het bos stiller dan stil. Geen wind, geen vogels, alleen de adem van drie dieren en een mens die probeerde niet te bewegen. En toen, heel langzaam, draaide de ree haar kop. Ze stapte van het pad af, verdween tussen de stammen en loste op in het groen alsof ze er nooit was geweest.
Het moment was voorbij, maar de stilte bleef nog even hangen. Rex schudde zijn vacht uit, Bram keek me aan met een blik die zei dat hij het ook had gevoeld, al kon hij het niet benoemen. We liepen verder, maar anders. Zachter. Alsof we door een kamer liepen waar iemand net had geslapen.
Later die dag dacht ik aan die ree, en aan hoe zeldzaam zulke ontmoetingen zijn geworden. Niet omdat er geen reeën meer zijn, maar omdat wij steeds minder stil staan. We bewegen snel, praten hard, vullen onze dagen tot de randen. De natuur krijgt steeds minder ruimte om zich te laten zien. En als ze het dan toch doet, moeten we het opmerken.
Misschien is dat wel de grootste les die Rex en Bram me leren. Dat je niet alleen moet kijken, maar ook moet wachten. Dat je niet alleen moet wandelen, maar ook moet luisteren. Dat de mooiste momenten niet ontstaan door te zoeken, maar door aanwezig te zijn.
De ree was maar een paar seconden zichtbaar. Maar soms is een paar seconden genoeg om je eraan te herinneren dat de wereld groter is dan je agenda, je route of je haast. En dat er, midden in een druk land, nog steeds plekken zijn waar een ree even blijft staan om jou te bekijken.
- Kelly Black
Wandelen met honden in een landschap dat verandert
31-03-2026
Wie met honden wandelt, leert een landschap anders lezen. Rex en Bram doen dat elke dag opnieuw. Waar ik vooral het pad zie, zien zij een wereld van geuren, sporen en verhalen die ik zonder hen nooit zou opmerken. En juist daardoor valst me steeds vaker op hoe snel dat landschap verandert.
In de bossen rond Wapenveld, waar ik al jaren loop, zijn de paden breder geworden. Niet omdat de natuur dat vraagt, maar omdat wij dat doen. Wandelaars, hardlopers, fietsers, hondenbezitters: we zoeken massaal de natuur op. Dat is begrijpelijk, maar het heeft een prijs. De stilte die vroeger vanzelfsprekend was, moet je nu zoeken. En de dieren die hier leven, moeten zich aanpassen aan een tempo dat niet het hunne is.
Tijdens een ochtend wandeling zie ik hoe Rex plotseling stilvalt. Zijn neus trilt, zijn lichaam spant zich aan. Een paar meter verder ligt een vers hertenspoor ,nog warm in de aarde gedrukt. Bram, altijd een fractie te enthousiast, wil er meteen achteraan, maar Rex blokkeert hem met een rustige, bijna vaderlijke beweging. Het is een klein monument, maar het zegt veel. De honden voelen precies waar de grens ligt tussen nieuwsgierigheid en verstoring. Ze weten wanneer ze moeten kijken en wanneer ze moeten laten.
Niet alle mensen hebben dat instinct. Ik zie loslopende honden die achter wild aangaan, kinderen die takken in holen steken, wandelaars die van het pad afgaan omdat het uitzicht daar mooier is. Het zijn geen kwade bedoelingen maar het zijn wel handelingen die optellen. En in een landschap dat al onder druk staat, maakt elke kleine verstoring verschil.
De Veluwe is een van de drukst bezochte natuurgebieden van Nederland. Tegelijkertijd is het een van de meest kwetsbare. De balans tussen recreatie en rust is dunner dan we denken. Boswachters waarschuwen al jaren dat wild zich terugtrekt naar steeds kleinere, stillere zones. Dat broedvogels moeiten hebben om geschikte plekken te vinden. Dat de natuur zich wel herstelt, maar alleen als wij haar de ruimte geven.
Tijdens mijn wandelingen merk ik hoe Rex en Bram me dwingen om langzamer te gaan. Niet omdat ze traag zijn, maar omdat ze aandachtig zijn. Ze ruiken waar een vos vannacht liep, waar een ree overstak, waar een specht heeft gezocht naar insecten. Ze laten me zien dat natuur geen decor is, maar een levend systeem waarin alles met elkaar verbonden is. En dat wij daar maar een klein onderdeel van zijn.
Soms kom ik andere wandelaars tegen die hetzelfde ervaren. Mensen die fluisteren in plaats van praten, die hun hond bij zich houden wanneer ze wild zien, die even stil blijven staan om een buizerd te volgen die laag over de heide glijdt. Het zijn kleine gebaren, maar ze maken het verschil tussen natuur gebruiken en natuur respecteren.
Aan het einde van de wandeling, wanneer Rex en Bram moe maar tevreden naast me lopen, denk ik vaak aan die dunne lijn. Hoe gemakkelijk we eroverheen stappen, en hoe eenvoudig het eigenlijk is om dat niet te doen. Misschien begint natuurbehoud niet bij de grote plannen of beleidsstukken, maar bij de manier waarop we ons gedragen tijdens een simpele ochtendwandeling. Bij de keuze om te kijken, te luisteren en soms stil te staan.
- Kelly Black
De stille samenwerking tussen mens, hond en vogel
31-03-2026
In veel Nederlandse tuinen speelt zich elke ochtend een klein natuurdrama af dat we nauwelijks opmerken. Terwijl het land zich zorgen maakt over afnemende biodiversiteit en de druk op natuurgebieden, ontstaat er in achtertuinen een onverwachte ontmoetingsplek tussen mens en dier. In mijn eigen tuin zie ik dat dagelijkste gebeuren, dankzij twee border collies - Rex en Bram - en een groeiende gemeenschap vogels die onze voederplank inmiddels als vaste uitvalsbasis beschouwt.
De roodborst, merel en koolmees zijn er vroeg bij. Ze landen met een vanzelfsprekendheid die bijna brutaal is, als of ze weten dat dit stukje grond veilig is. De aanwezigheid van de honden lijkt hen niet te deren. Sterker nog: er ontstaat een soort werkbare verstandhouding. Rex, de oudste, observeert met de rust van een boswachter die zijn terrein kent. Bram, jong en nieuwsgierig, volgt elke vleugelslag alsof hij getuige is van een natuurdocumentaire die zich live voor zijn neus afspeelt.
Wat opvalt, is hoe snel dieren zich aanpassen aan menselijke ritmes wanneer er vertrouwen ontstaat. De vogels weten precies wanneer de plank wordt gevuld. De honden weten wanneer de vogels komen. En ik merk hoe ik zelf onderdeel word van dat patroon. Het is een klein ecosysteem, maar het laat zien hoe natuur zich hecht aan plekken waar ruimte en rust wordt geboden.
Dit lijkt een detail, maar het raakt een bredere ontwikkeling. In Nederland verdwijnen heggen, struiken en rommelhoekjes die vogels nodig hebben om te schuilen en te foerageren. Tegelijkertijd groeit de belangstelling voor natuur inclusief leven: tuinen met inheemse planten, minde tegels, meer variatie. De tuin wordt daarmee een van de laatste toegankelijke plekken waar mens en dier elkaar nog vanzelfsprekend ontmoeten.
De interactie tussen Rex, Bram en de vogels laat zich zien hoe eenvoudig die verbinding kan zijn. Wanneer we naar buiten gaan, beweegt Rex bedachtzaam, alsof hij begrijpt dat hij te gast is. Bram vergeet soms, maar zelfs zijn speelse sprongen worden door de vogels niet meer als bedreiging gezien.
Ze vliegen op, maken een korte boog en keren terug. Het is een vorm van vertrouwen die je niet kunt afdwingen; je moet het verdienen.
In die ochtenden zie ik iets wat verder gaat dan een paar honden en wat vogels. Ik zie hoe dieren zich aanpassen aan ons, maar ook hoe wij - als we de tijd nemen - ons aanpassen aan hen. Het is een wederkerigheid in het grotere debat over natuurbehoud vaak ontbreekt. We praten wat over cijfers, hectares en beleid, maar vergeten dat natuur ook begint bij de manier waarop we onze eigen leefomgeving vormen.
Aan het einde van de ochtend, wanneer de vogels verzadigd zijn en de honden hun eerste dutje doen, blijft er een stilte achter die bijna voelbaar is. Een herinnering dat natuur niet alleen iets is dat we moeten beschermen, maar ook iets dat we kunnen uitnodigen. Soms begint dat gewoon met een voederplank, twee honden en de bereidheid om even stil te staan.
- Kelly Black
Rex, Bram en de vogels in de tuin
31-03-2026
In de vroege ochtend, wanneer de wereld nog een beetje slaperig is, begint in onze tuin al een klein orkest. Het zijn de roodborstjes, meesjes en merels die als eerste hun plek innemen. Ze landen op de rand van de voederplank alsof ze een reservering hebben, en kijken dan verwachtingsvol naar binnen, waar Rex en Bram al klaarstaan als twee zelfbenoemde boswachters.
Rex, de oudste, neemt zijn taak uiterst serieus. Hij zit rechtop, oren gespitst, alsof hij elk moment een belangrijke beslissing moet nemen over het vogelverkeer. Bram daarentegen - nog jong, nog vol verwondering - drukt zijn neus tegen het raam en volgt elke vleugelslag alsof het magie is. Soms tikt hij zachtjes met zijn poot tegen het glas, niet om te jagen, maar om te vragen: Zie je dat ook?
De vogels lijken inmiddels aan hun publiek gewend. De roodborst, die ik stiekem, de directeur van de tuin noem. landt altijd als eerste. Hij kijkt even streng naar binnen, alsof hij wil zeggen dat de zaadjes vandaag wel erg rommelig liggen. Daarna hipt hij rond, trekt zijn borst vooruit en begint te eten. De meesjes komen in groepjes, nerveus en vrolijk tegelijk, en de merel wandelt er tussendoor alsof hij de eigenaar is van het hele perceel.
Wat mij raakt, is hoe Rex en Bram zich aanpassen aan dit ritme. Zodra de eerste vogel neerstrijkt, verstilt de kamer. Rex legt zijn kop iets scheef, Bram houdt zijn adem in. Het is alsof ze begrijpen dat dit moment niet verstoord mag worden. Alsof ze voelen dat er iets kostbaars gebeurt: een klein stukje natuur dat zich zomaar, zonder voorwaarden, aan ons laat zien.
Soms, wanneer de zon net doorbreekt, gaan we naar buiten. Rex loopt plechtig, alsof hij de vogels niet wil laten schrikken. Bram daarentegen vergeet zijn goede voornemens zodra hij een veertje ziet dwarrelen. Dan springt hij erachteraan, niet om te vangen, maar omdat hij denkt dat het een spel is. De vogels vliegen op, maken een boog boven onze hoofden, en landen even later weer alsof ze hem vergeven hebben.
Ik merk dat deze ochtenden me zachter maken. Terwijl ik naar Rex en Bram kijk, zie ik hoe eenvoudig geluk kan zijn. Een tuin, een paar vogels, twee honden die niets anders willen dan erbij horen. Het is een kleine wereld, maar een wereld die klopt.
Misschien is dat wel waarom ik ervoer schrijf. In een tijd waarin alles sneller, harder en luider lijkt te gaan, herinneren deze dieren me eraan dat er ook een andere manier is. Een manier waarin je even stil mag staan, mag kijken, mag ademen. Waarin je mag genieten van iets dat niet groot hoeft te zijn om betekenis te hebben.
Aan het einde van de ochtend, wanneer de vogels hun buikjes vol hebben en de honden hun eerste dutje doen, blijft er altijd een soort rust achter. Alsof de tuin zelf even uitademt. En ik adem mee.
- Kelly Black